Het verraad van de familie Frank

www.verraadannefrank.nl

website over wie de acht onderduikers aan de Prinsengracht 263 verraadde


De verraders


Julius Dettmann is de baas van Karl Joseph Silberbauer, Julius krijgt een telefoontje en draagt Karl op om onderduikers uit een pand te halen, adres: Prinsengracht 263. De boodschap is duidelijk, "je moet in het achterhuis zijn".
Na de oorlog pleegt Dettmann zelfmoord, Silberbauer wordt later meermaals verhoord, maar mede omdat hij 'slechts' bevelen uitvoerde leeft hij lang als vrij man in Duitsland, over het hoe en wat omtrent de inval en het eventuele verraad zwijgt hij tot aan zijn dood.

Iemand had dus de Duitse politie gebeld met de mededeling dat er op de Prinsengracht 263 Joden verborgen zaten. Een eerste onderzoek naar wie dat geweest kan zijn vond plaats in 1948/ 1949, een tweede in 1962/ 1963, beiden zonder resultaat.
In 1998 wees Melissa Müller in haar biografie over Anne Frank, schoonmaakster Lena Hartog-van Bladeren aan als degene die het verraad gepleegd zou hebben door te bellen met Julius Dettmann. In 2000 schreef Carol Ann Lee een biografie over Otto Frank en concludeerde dat Tonny Ahlers de verrader was. In 2010 schreef Sytze van der Zee in zijn boek Vogelvrij (ondertitel: De jacht op de Joodse onderduiker) dat Ans van Dijk de meest logische verdachte was.
In 2003 publiceerde het NIOD middels een boek van David Barnouw (inmiddels exit bij het NIOD) de resultaten van een onderzoek als reactie op een aantal theses rondom het verraad.
In 2015 verscheen een boek waarin Joop van Wijk zijn tante toevoegde als mogelijke verdachte. In 2022 verscheen er een boek met veel 'aannames op aannames', 'Het Verraad Van Anne Frank' van Rosemary Sullivan. Zij schreef dit boek in opdracht van een Cold Case Team dat op basis van het koppelen van grote hoeveelheden data de zeer onzorgvuldige conclusie trok dat Joodse Raad medewerker Arnold van den Bergh het desastreuse telefoontje had gepleegd.

Over het 'waarom' dat Anne Frank moest sterven is minder onduidelijkheid, dat was omdat ze Joods was. Zij stierf hoogstwaarschijnlijk aan verdriet en ziektes (link) toen zij hoorde dat haar moeder dood was en dacht dat ook haar vader niet meer zou leven, wat dus niet het geval was.
Over hoe de Duitsers aan het onderduikadres zijn gekomen is dus totaal geen duidelijkheid. Ik som een aantal mogelijkheden op.

Verraad is zeker
Dat de verstopplaats van Anne Frank en haar familie is verraden is zeker, bij de inval door de Duitsers liepen zij direct op de boekenkast af waarachter de geheime trap naar het achterhuis zat. Dit achterhuis was, zoals de benaming al doet vermoeden, vanaf de straatkant niet te zien.
Op 6 juli 1942 ging de familie Frank er wonen.

De zomer van 1944
Op een zomerse dag wordt de rust en hoop van de familie Frank wreed verstoord. Hoop die juist was toegenomen omdat de geallieerden op weg waren naar Brussel, precies een maand later zou België ook bevrijd worden, maar voor Anne zou iedere mogelijke hulp te laat komen.
Acht Joden zaten ruim twee jaar ondergedoken in een huis dat zich aan de achterkant bevond van een voormalig koopmanshuis aan de Prinsengracht 263 (anno 1635.) SS'er Silberbauer laat zich vergezellen door NSB-ers als hij het pand betreedt. Hij weet precies waar hij moet zijn en laat de acht aanwezigen afvoeren.

VERRRAAD!

De Duitsers noemden hun informatiebron een 'betrouwbare' bron. Later zou er sprake zijn van een vrouwenstem die naar de SD gebeld zou hebben en Otto Frank verklaart in 1948 tegenover Friso Endt van Het Parool dat ze 'verraden zijn door Joden', meer dan één dus. Doelde hij wellicht op een Joods echtpaar?.
Cor Suijk, de door Otto Frank benoemde directeur van het Anne Frankhuis, had in november 1963 een ontmoeting met Karl Silberbauer, de man die de onderduikers had opgepakt. Bij die ontmoeting zei de Oostenrijker dat een jonge vrouw, misschien wel een meisje, had gebeld met de mededeling dat er aan de Prinsengracht 263 Joodse onderduikers zaten.
Suijk zag in de mededeling van Silberbauer dat Otto Frank gelijk had toen die Suijk vertelde dat een vrouwenstem de SD had gebeld. Op zijn sterfbed herhaalde Otto Frank tegenover zijn vrouw, Elfriede Markovits, dat er sprake was geweest van een vrouwenstem. Er is nooit opgehelderd hoe Otto aan die informatie is gekomen.

Er zijn meerdere verdachten.

01. (On-) bekende leverancier of een persooneelslid
De onderduikers moesten zich rustig houden, onder de ruimte zat een kantoor waar overdag mensen werkten die niet allen wisten dat er onderduikers boven hun hoofd woonden. De familie Frank kon dus overdag niet vrijelijk lopen, zelfs het doortrekken van de wc kon pas 's avonds omdat de afvoer door het magazijn liep.
Maar de gehele dag stilzitten was ook geen optie. Het zou dus kunnen dat een van de mensen die onder de verstopplaats werkten iets gehoord heeft.

Ook kwamen er leveranciers over de vloer, sommigen brachten spullen waaruit zij mogelijk af konden leiden dat er meer mensen in het pand waren dan je op het eerste gezicht zou vermoeden. Zo wordt in de heruitgave van het boek 'Anne Frank, de biografie' van Melissa Müller zelfs groenteboer Henk van Hoeve opgevoerd als mogelijke verrader.

Sommige medewerkers van het bedrijf wisten van de onderduikers, onder hen (van Maaren, waarover straks meer) was ook iemand die door Anne in een van haar dagboeken wordt bestempeld als 'onbetrouwbaar'.

Misschien ver gezocht, maar Miep Gies haalde haar boodschappen niet altijd om de hoek, Anne Frank schrijft in haar dagboek bij wie Miep groenten haalt, het is een oude bekende. Miep vertrouwt hem, hij weet uiteraard voor wie de vele boodschappen bestemd zijn. Maar ineens is hij weg, opgepakt door de SD. Heeft hij misschien gepraat?

02. De buren
Het ging lang goed. Niemand merkte wat en naarmate de maanden verstreken geloofden de onderduikers steeds meer in een goede afloop. Onder het dak kon het flink warm worden dus werd steeds vaker het raam opengezet. Het ging immers al twee jaar goed.

Buren aan de achterkant konden zien dat er zich mensen ophielden in ruimtes die 's avonds leeg zouden moeten zijn. Wie heeft iets gezien en dat doorvertelt aan de NSB, politie of de Duitsers? Er werd grof geld gegeven voor het aangeven van ondergedoken Joden.
Aan de rechterkant op nummer 265 zat een bedrijf (Keg) waar soms wat mot mee was, die konden horen en zien dat er mensen in het achterhuis woonden.

Het NIOD zou later de conclusie trekken dat zeker honderd mensen de acht onderduikers meerdere malen gezien zullen hebben omdat er in de buurt veel achterhuizen waren van waaruit je zicht had op de onderduikers.
Het achterhuis kon dus door minstens honderd bewoners van de Keizersgracht, Prinsengracht, Leliegracht en de Westermarkt worden gezien. Je zou alle toenmalige bewoners via de Amsterdamse Burgerlijke Stand moeten achterhalen en hun oorlogsverleden uitzoeken, dat is echter geen doen. Sommige dossiers zijn voor niet-familieleden ontoegankelijk en zeer waarschijnlijk woonden er ook mensen die niet officieel waren geregistreerd.
Ook verhuisden er veel mensen in die tijd, zonder dat door te geven aan de gemeente.

Anne Frank schreef in haar dagboek dat zij regelmatig lol had aan het bespieden van de buren aan de overkant, niet uit valt te sluiten dat dat een keer is opgevallen. In het voorjaar van 1944 schrijft Anne: "Peters raam mag niet meer open, daar de man van Keg het raam open heeft gezien. Wat zullen ze bij Keg wel denken?"

Een van de inbraken in het pand werd door de onderduikers opgemerkt, ze gingen naar beneden waarop de insluipers via de achtertuinen wisten te ontkomen. Zeer waarschijnlijk waren dit kinderen uit de buurt. Maar het kunnen ook mensen zijn geweest die, doordat ze betrapt waren, gelijk wisten dat er 's nachts mensen in het achterhuis zaten.

03. Martin Sleegers
Sleegers was iemand die tussen de NSB en burgerij inhing. Hij waakte 's avonds over de straat waarbij hij op 9 april 1944 het pand aan de Prinsengracht betrad. De onderduikers hoorden die avond de boekenkast bewegen die voor de ingang naar het achterhuis staat.

Sleegers werd niet geheel vertrouwd, dat valt onder andere op te maken uit het dagboek van Anne. Maar Sleegers komt niet in latere onderzoeken voor. Vreemd is dat op zich wel omdat de avond dat er in het pand werd ingebroken Sleegers er met een bevriende agent is geweest om poolshoogte te nemen en zelf aan de boekenkast heeft staan rommelen.
Deze bevriende agent zou Gringhuis zijn geweest, maar dat klopt niet want uit politierapporten blijkt dat dat Cornelis den Boef was.
Niet uit valt te sluiten is dat Sleegers er die avond eerst met Gringhuis was en later nogmaals met Den Boef.

Bij de inval, waarbij de familie Frank dus werd weggevoerd, blijkt een van de aanwezige NSB'ers (Gezinus Gringhuis) een vriend van Sleegers te zijn. In diens agenda werd ook de naam Sleegers aangetroffen, dit feit op zich zegt natuurlijk helemaal niets. Mijn vermoeden is dat dit ten onrechte gekoppeld is aan de zekerheid dat er een politie-agent bij was die op 9 april 1944 samen met Sleegers na een inbraak het huis binnen was gegaan.
Bovendien kan dit dus een andere agent zijn geweest dan Gringhuis, de veronderstelde vriend van Sleegers.

04. Maarten Kuiper
Kuiper was de schrik van Joods Amsterdam, niet zozeer dat hij op eenzame hoogte stond, maar meer dat als je met hem te maken kreeg je er zeker van kon zijn dat je het er niet heelhuids van af zou brengen.
Hij had zich bij de NSB aangesloten en was er als de kippen bij om voor de SD te gaan werken. Hij zou het bewuste telefoontje hebben gepleegd om Anne Frank op te pakken, ik heb daar zo mijn twijfels over. Kuiper ging er altijd prat op dat hij mensen aan het praten kreeg en was er ook altijd trots op om groots te verhalen over zijn daden. Kuiper greep alles aan om bij zijn Duitse meerderen in het gevlei te komen.

Hij kende nachtwaker Sleegers en politie-agent Gezinus Gringhuis, de laatste was eveneens aanwezig bij de inval. Kuiper en Gringhuis stonden in mijn optiek te ver af van de onderduikers en het adres om aangemerkt te worden als mogelijke verraders.

Kuiper kende ook Tonny Ahlers die in de Amsterdamse Jan van Eykstraat een woning betrok via de SD. Op 3 augustus 1944, één dag voor 'het verraad', betrok Kuiper de woning waar Ahlers had gewoond.
Ahlers was echter al in april verhuisd dus een verband tussen het vertrek van de een (Ahlers) en de intrek van de ander (Kuiper) in de woning aan de Jan van Eykstraat is er niet. Zij kenden elkaar wel al geruime tijd, maar dat op zich is geen bewijs.

05. Gezinus Gringhuis
Zie vorige verdachte. Er zijn totaal geen aanwijzingen voor ziijn mogelijke aandeel in het verraad. Weliswaar komt zijn naam voor in de agenda van nachtwaker Sleegers en kende hij Ahlers (zie 06) en Kuiper, verder dan deze 'vriendschappen' komen de aanwijzingen niet.

06. Tonny Ahlers
Deze NSB-er en Jodenhater zou Otto Frank gechanteerd hebben met de wetenschap dat Frank zijn bezorgheid had geuit over de Duitse bezetter. De chantage was gebaseerd op een brief die door Joseph Jansen (werkzaam voor Otto Frank) over Frank was geschreven en die Ahlers had gezien en onderschept.

Van Ahlers staat vast dat hij informatie verstrekte aan de Gestapo. Ahlers heeft altijd boven zijn stand kunnen leven. Pas in het jaar dat Frank overleed (1980) namen de forse uitgaven van Ahlers af. In een van de vier voornaamste boeken omtrent het verraad, het door Carol Ann Lee geschreven boek 'het verborgen leven van Otto Frank, de biografie', wordt Ahlers als dader aangewezen.
Bewijs wordt echter niet geleverd. Ahlers zei zelf vaak dat hij het verraad had gepleegd, maar Ahlers was een praatjesmaker, zelfs zijn eigen familie geloofde hem niet. Ahlers verwees twintig jaar na de oorlog naar Joseph Jansen en diens zoon Josephus als verraders.

De broer en zoon van Ahlers verklaarden na de oorlog dat hij had toegegeven de onderduikers te hebben verraden. Zijn vrouw daarentegen ontkende altijd. Hoewel er geen enkel aantoonbaar verband is zou haar stilzwijgen wel kunnen passen in het gerucht dat een vrouw de SD gebeld had.

07. Willem van Maaren
Ahlers kende Van Maaren. Die werkte in het magazijn aan de Prinsengracht en werd door niemand vertrouwd, onder andere omdat hij stal van het bedrijf. In Anne's dagboek staan verwijzingen naar het wantrouwen jegens Van Maaren die geweten moet hebben van de geheime toegangsdeur.
Na de inval kreeg Van Maaren de sleutels van het bedrijf om als een soort van bedrijfsleider het bedrijf te runnen, hetgeen hem verdacht maakte, maar later zou hij aan Kleiman zonder gemor de sleutels weer terug hebben gegeven.

Na de oorlog, als Van Maaren wordt verhoord, geeft hij toe dat hij een sterk vermoeden had dat er Joden in het pand verstopt zaten.
Omdat de verdenkingen jegens hem bleven bestaan besloot Van Maaren in actie te komen om van iedere blaam te worden gezuiverd, hetgeen geschiedde.

Op 13 augustus 1949 ging hij geheel vrijuit, omdat de kantonrechter het verraad niet bewezen achtte liet men de beschuldiging vallen. Een verrader zou geen slapende honden wakker hebben gemaakt, met het risico dat er toch meer over hem zou zijn gevonden.
Van Maaren kan wel aan Jodenhater Ahlers verteld hebben dat er onderduikers in het achterhuis zaten.

Later schrijft Johannes Kleiman een brief aan de politie, hij meent zeker te weten dat magazijnmedewerker Willem van Maaren de onderduikers verraden heeft. Net als in 1949 ging Van Maaren in 1963 vrijuit omdat er geen enkel bewijs tegen hem werd gevonden.

Kugler en Miep Gies bleven geloven in Van Maaren's schuld, maar tot weer een nader onderzoek kwam het niet, Otto Frank zou zelfs jaren laten gezegd hebben dat Van Maaren niet de verrader is. Deze opmerkelijke uitspraak in, ik meen, 1974 is net zo min op iets feitelijks gebaseerd dan de beschuldigingen.
Of wist Otto Frank iets wat niemand anders wist? Ik denk van wel!

08. Joseph en Josephus Jansen
Vader Jansen werkte bij Otto Frank, tegen hem had Otto zich eens negatief uitgelaten over de afloop van de oorlog voor de Duitsers, hierover zou Jansen een brief hebben geschreven aan de SD die door Tonny Ahlers was onderschept, hiermee zou Ahlers Otto hebben gechanteerd. Dit is ook zeer waarschijnlijk, maar of dat nog tot ver na de oorlog was zoals beweerd wordt in onder andere het boek dat Carol Ann Lee schreef wordt door het NIOD niet aannemelijk geacht.

Jansen werd door Otto Frank in 1945 ook genoemd als een van de mogelijke verraders, maar komt hier later op terug als zijnde geen stellige veronderstelling. Wel zegt Otto dat de actie van Ahlers (het onderscheppen van de brief van Jansen aan de SD) hem, Otto dus, het leven heeft gered.
Overigens had Otto het toen over 'verraders' met betrekking tot Jansen, wellicht doelde hij, mede, op Jansen junior die ook rondliep in het bedrijf van Otto Frank. Hierover is echter grote onzekerheid.

Ahlers, die later zichzelf als verrader bestempelde, verklaarde dat hij het handschrift van Jansen had herkend. Niet uitgesloten kan worden dat de brief een 'opzetje' was van Joseph Jansen en Tonny Ahlers om er munt uit te slaan.

Otto Frank heeft een korte verhouding gehad met de vrouw van Joseph Jansen.

09. Lena, de schoonmaakster
Vaak heeft de tuinman het gedaan, in dit geval is de schoonmaakster verdacht. Lena van Bladeren-Hartog ontkent na de oorlog aan de Prinsengracht te hebben gewerkt, maar moet later, na een verklaring van Miep Gies, toegeven dat zij hierover heeft gelogen.
Lena's man Lammert Hartog werkte ook aan de Prinsengracht, als assistent van Willem van Maaren. Lammert zou na de oorlog verklaren nog een paar dagen te hebben gewerkt, maar vast is komen te staan dat hij zich na het oppakken van de familie Frank nooit meer heeft laten zien, sterker nog, hij had zijn jas al aan toen de Duitsers binnenvielen alsof hij wist wat er te gebeuren stond.
Lammert Hartog vertelt na de oorlog aan rechercheurs dat Van Maaren hem twee weken voor de inval vertelde dat er onderduikers in het achterhuis zaten, helaas is hem op dat moment niet gelijk gevraagd hoe hij dat wist en om hoeveel onderduikers het volgens hem ten tijde van het verraad zou gaan. Die 'twee weken voor de inval' spelen straks nog een andere rol, zie daarvoor 'verdachten 16'

Een even be- als ontlastende omstandigheid voor Lena is dat haar man een oproep om tewerk te worden gesteld had genegeerd. Je zou kunnen zeggen dat zij en haar man zich stil zouden houden en vooral geen slapende honden wakker wilden maken.
Aan de andere kant kan het ook zo zijn geweest dat haar man gespaard werd doordat zij de Duitsers aan acht onderduikers hielpen.

Lena was een vrouw (vrouwenstem) en haar man werd niet opgepakt.

Melissa Mueller schreef een biografie over Anne Frank waarin zij het echtpaar Hartog aanwijst als verraders, net als bij de andere boeken omtrent de mogelijke daders wordt er geen bewijslast meegeleverd. Jaren later zou Melissa Mueller terugkomen op haar conclusies.

In mei 2014 had ikzelf contact met een ooggetuige, die beweerde met stelligheid dat toen de inval plaats vond de heer Hartog vrijwel direct, met zijn jas reeds aan, naar buiten kwam en zonder om te kijken rustig wegliep. Deze man overleed helaas niet lang na onze ontmoeting.
Lena overleed in 1963 en is na de oorlog slechts éénmaal sumier verhoord.

10. Victor Kugler
Wat je je goed kunt voorstellen is dat er onder het personeel over de geheime bergplaats is gepraat. Sommigen wisten meer dan anderen. Zo waren er twee personeelsleden die opgepakt werden tijdens de inval terwijl anderen ongemoeid werden gelaten.
Johannes Kleiman en Victor Kugler werden gearresteerd, maar keerden terug zonder dat er hen iets ten laste werd gelegd.
Werden ze 'voor de show' gearresteerd?

Vast is komen te staan dat Kugler al eens eerder door de nazi's was ontboden en verschenen, maar ook toen weer snel werd vrijgelaten. Op een dag dat Kugler bij de SD was geweest werd er 's avonds lang aangebeld aan de voordeur van het onderduikadres, maar er gebeurde verder niets. Dat speelde negen maanden voor de inval.

11. Miep Gies
In sommige mythes wordt Miep Gies gezien als verraadster. Het feit dat zij zelf een onderduiker in huis had en haar man in het verzet zat ontkracht deze stelling misschien nog wel het meest. Ik geef een aantal veronderstellingen die u zeker niet als feiten mag aannemen.
  1. Miep Gies is een vrouw, het is dus goed mogelijk dat zij het belletje naar de SD heeft gepleegd
  2. Miep wordt niet opgepakt, Silberbauer spreekt haar wel aan en noemt haar een landverraadster
  3. Miep is een van de weinigen die weet dat het om acht personen gaat, een lezing is dat Silberbauer precies wist hoeveel mensen er zich in het achterhuis ophielden.
  4. Miep en enkele andere mensen vinden dagboeken, maar Miep houdt alles bij zich en stopt het weg in een laadje. Pas als Otto Frank terug is haalt zij ze weer tevoorschijn en geeft ze aan Otto.
  5. Miep zou verliefd kunnen zijn geweest op Otto Frank, de niet-beantwoorde liefde zou zij gewroken hebben.
  6. Anne snauwde Miep altijd af, net als haar moeder. Miep kon niet tegen Anne op en begreep niet dat niemand er iets van zei
  7. Miep Gies verklaarde na de oorlog dat zij een paar dagen na de inval, maar nog voor het transport, bij Silberbauer, langs was geweest om te proberen de familie Frank vrij te kopen. Toen Silberbauer daar jaren later naar werd gevraagd herinnerde hij zich daar niets van. Zelfs niet van een ontmoeting met Miep Gies.
Miep wordt nergens serieus als verdachte neergezet. Ik denk ook niet dat iemand zo oud kan worden en betrokken kan blijven als je een slecht geweten hebt. Ik hoop dat de fabels over haar nu definitief weggestopt worden.

Graag verwijs ik naar de website van Miep Gies (link) waaraan ik informatie voor deze pagina heb ontleend.
Op maandagavond 11 januari 2010 is Miep Gies, na een kort ziekbed, overleden. Zij werd 100 jaar.

12 Abraham Kaper
Ook deze politie-agent wordt wel eens met het verraad in verband gebracht, maar daarvoor zijn er simpelweg geen aanwijzingen. Bovendien biechtte hij voor zijn dood (gefussilleerd) veel op, maar sprak daarbij niet over de familie Frank.
Koningin Juliana was tegen de doodstraf en weigerde vaak te tekenen waarop de straf in levenslang werd omgezet. In het geval van Kaper tekende zij het doodsvonnis wel.

13. Ans van Dijk
Elders op deze website kun je lezen dat Ans in en in slecht was, zij verraadde zelfs haar familie om buiten schot te kunnen blijven. Sietze van der Zee (oud-hoofdredacteur van Het Parool en zelf zoon van een NSB'er) meent dat alleen Ans het gedaan kan hebben. Daar zijn grofweg een aantal aanwijzingen voor, maar ook niet meer dan dat, onderbouwende bewijzen ontbreken in zijn boek.

Ans was een vrouw (vrouwenstem) die in de buurt woonde en geweten kan hebben van de onderduikers. Zij is de enige vrouw die na de oorlog ter dood is veroordeeld en waarvan de straf ook is uitgevoerd. Ans was van Joodse komaf en Otto Frank zou er na haar dood achter zijn gekomen dat zij de verraadster was, maar vanwege de afkomst en dood van Ans niets hebben willen zeggen.
Otto Frank was na de oorlog fel op het vinden van de verrader, maar ineens niet meer, volgens Van de Zee viel dat moment samen met de verdenkingen die op Ans van Dijk vielen. Frank leek te berusten.

Ans van Dijk was een intrigante, maar zij kon onmogelijk geweten hebben hoe de toegangsdeur naar het achterhuis werkte en hoeveel onderduikers er waren, minstens een van deze twee omstandigheden waren echter wel bekend bij de Duitsers.

Enkele dagen voordat de familie Frank werd verraden deed de SD een inval in een pand enkele huizen naast het onderduikadres van de familie Frank, Ans van Dijk was bij het verraad betrokken.
Wat nagegaan had kunnen worden is of, en hoeveel kopgeld er is uitgekeerd. Als Ans de familie Frank had verraden zou dat terug te vinden zijn geweest in de rapporten waarin bij werd gehouden hoeveel geld er werd uitbetaald.

Carol Ann Lee verwijst in haar boek ook naar Ans van Dijk als zij stelt dat de Nederlandse Rijksrecherche in 1964 op een geval van verraad aan de Prinsengracht stuitte, vlakbij het huis van Anne Frank. Dit verraad van twee Joodse onderduikers werd toegeschreven aan de V-vrouwen Ans van Dijk en Branca Simons en vond twee dagen voor de inval in het achterhuis plaats.
Er kon echter geen enkel verband worden gelegd, zo duidelijk als het was dat Van Dijk en Simons de twee andere Joden wel had verraden, zo onduidelijk was hun eventuele betrokkenheid bij het verraad van Anne en de zeven andere onderduikers.
Ans van Dijk verhuisde een maand voor het verraad van Anne Frank naar Zeist.

14. Er was nog een vrouw, over haar hoor je zelden iets
Bep (Elly) Voskuijl werkte voor Otto Frank en bracht levensmiddelen voor de onderduikers. Haar vader maakte de draaiende boekenkast waarachter de trap naar het achterhuis verscholen zat. Bep was verloofd, maar zelfs Anne wist al dat dat geen goed huwelijk kon worden. Direct na de inval op 4 augustus 1944 verliet Bep het pand, de Duitsers vroegen haar niets, ze kon zonder verdere verklaring gaan.

Na de oorlog kreeg Bep Voskuijl een zenuwinzinking, die werd toegeschreven aan wat ze in de oorlog en met haar eerste verloofde had meegemaakt. Bep heeft met niemand, zelfs haar vier kinderen niet, ooit gesproken over haar ervaringen. Bep overleed uiteindelijk als een zeer timide vrouw.

Er is geen enkele steekhoudende theorie te vinden dat Bep verantwoordelijk is geweest voor het verraad, vast staat wel dat Otto Frank en zij nog regelmatig contact hadden na de oorlog. Zij wist hoeveel onderduikers er waren, dat pleit in haar voordeel omdat de SD dus NIET wist hoeveel er zaten.

Ik heb contact gehad met Joop van Wijk, een zoon van Bep, echter, omdat ook hij na de oorlog is geboren verwachtte ik weinig concrete feiten van hem. Ik kreeg de indruk dat hij, net als ik, meer vragen dan antwoorden had.
Joop schreef in 2015 een boek, zie bij 'verdachte 22'.

15. Arthur Lewinsohn (Levinson)
Deze kapper/apotheker runde zijn bedrijf een tot twee dagen per week vanuit het achterhuis aan de Prinsengracht, toen de familie Frank onder wilde duiken deelden zij Lewinson mee dat hij moest vertrekken, dat deed hij morrend waarop hem een kleinere kamer in het pand als alternatief werd aangeboden die hij schoorvoetend accepteerde.
Vanaf september 1942 werd er plotseling niets meer van hem vernomen, zijn naam kwam ik nog wel tegen als een overlevende van de Tweede Wereldoorlog.
Zijn betrokkenheid bij het verraad blijkt nergens uit, zijn naam passeert de revue omdat hij wist van het achterhuis en waarom het door hem moest worden afgestaan en dat hij met de noorderzon vertrok en dus goed op de hoogte was van de nieuwe bestemming.
Dit vond ik over hem in een krantje uit de herfst van 1946:

Apotheker Arthur Lewinsohn
Jutta Lewinsohn geb. Rabinowitz
VERMÄHLTE
Amsterdam 2
Churchill-Laan 33, I.
fr. Droguene Wolken schiebet, Berlin


Later kwam ik erachter dat Lewinsohn in het najaar van 1943 bij toeval op straat werd opgepakt en gedeporteerd. Hij kwam na de oorlog echter terug en vestigde zich in Amsterdam opnieuw als apotheker.

16. Siet Aandewiel
Iemand die zelden genoemd wordt in relatie tot Anne Frank, zelfs op Nederlandse sites over Anne niet, is de NSB'er Siet Aandewiel. Hij woonde met zijn gezin aan de Westermarkt op nummer 6 en was makelaar, administrateur. Hij keek vanuit de achterkant van zijn huis op het achterhuis van de onderduikers. Er zijn getuigenverklaringen dat hij enkele keren navraag had gedaan wat er zich afspeelde in het achterhuis van de Prinsengracht 263. Ook de Anne Frank Stichting deed onderzoek naar hem als mogelijke verrader.

Siet overleed op 3 maart 1943 in een ziekenhuis te Amsterdam aan hartfalen, meer dan een jaar dus voor het verraad. De familie Aandewiel is een bekende wielrenfamilie in Amsterdam met een fietsenwinkel aan de Admiraal de Ruyterweg. De naam 'Piet' komt ook veelvuldig voor in deze familie, een daarvan overleefde Siet.

17. De familie Kohnke of het pleeggezin van hun dochter Anneke
Het merkwaardige is dat je over deze mensen in Nederland nauwelijks iets kunt vinden terwijl ze toch een zeer belangrijke rol hebben gespeeld, zowel tijdens als na de oorlog.
Enkele weken nadat de familie Frank onderdook schreef de familie Kohnke zich in in Amsterdam, Erich Kohnke had zijn vrouw Leni jaren daarvoor leren kennen in de hoofdstad, samen hadden ze een dochter die eind 1940 werd geboren. Zij hebben korte tijd ingewoond bij de familie Frank aan het Merwedeplein, maar het gekke is dat dat nergens benoemd wordt. Ook niet van wanneer tot wanneer, ik denk vlak tot voordat de Franks werden opgepakt.
Ik ontdekte dat deze familie niet onbemiddeld was dus waarom zouden ze ergens inwonen? Bovendien was de Joodse Raad vanaf 1 januari 1943 naar ze op zoek, volgens de gegevens van de gemeente was hun laatste woonadres de (rijke) Vossiusstraat.

Toen de Franks onderdoken was er plaats voor zeven personen, toch dook de familie Kohnke niet mee onder, later zouden ze in Ede terechtkomen, maar alsnog worden opgepakt en gedeporteerd. Omdat zij de dood vonden voordat de Franks verraden werden kunnen zij de daders niet zijn. Wat wel opmerkelijk is, is dat dochter Anneke twee jaar is als zij vlak voordat haar ouders worden opgepakt bij een pleeggezin terechtkomt in Voorburg, maar dat deze mensen de baby rond de datum dat de Franks verraden worden, naar een weeshuis in Amsterdam brengen. Echter, uit andere bronnen maak ik op dat de baby tot vlak na de oorlog bij hen is gebleven. Beiden zijn door Yad Vashem onderscheiden, net als de koerierster die de baby van Amsterdam naar Voorburg bracht.
Na de oorlog helpt Otto Frank de peuter van vijf om naar een oom en tante in New York te emigreren.
...meer over de familie Kohnke...

18. Huurder de heer Goldschmidt of zijn nieuwe verloofde
Toen op 4 juli 1942 Margot werd opgeroepen besloot Otto met zijn gezin onder te duiken, hij hoopte snel weer terug te kunnen gaan naar hun woning aan het Merwedeplein dus zocht hij een huurder, dat werd ene heer Goldsmith die eigenlijk Goldschmidt heette maar zich in Nederland Goudsmit noemde, hij was van Joodse afkomst.
Hij huurde een kamer en wist uiteraard dat de Franks zelf moesten onderduiken, Anne heeft het kort over hem in haar dagboek op 8 juli, twee dagen na de onderduik. Zij beschrijft de avond van de 5e juli, de avond voor het vertrek naar de Prinsengracht:
Onze grote bovenkamer hadden we verhuurd aan een zekeren mijnheer Goudsmit, gescheiden man van in de dertig, die deze avond schijnbaar niets te doen had; daarom bleef hij tot 10 uur bij ons rondhangen en was met goede woorden niet weg te krijgen.

Mij bleek later dat hij een vriend van een vriend was, een vrij lange man van rond de 35, onsymphatiek ogend, brildragend en inderdaad gescheiden, maar met een nieuwe vriendin. Hij stierf in november 1942 in Bergen-Belsen en zou degene zijn die de inboedel van de familie Frank ongevraagd had meegenomen.
Gezien zijn zekere datum van overlijden kan hij onmogelijk de verrader zijn. Wat er van zijn aanstaande tweede vrouw is geworden is totaal onbekend, zij zou later de familie Frank verraden kunnen hebben, erg waarschijnlijk is dat niet, gezien de tijd die er zit tussen haar vertrek, de dood van haar aanstaande man en het verraad van de onderduikers.

19. De heer en mevrouw Genot Van Wijk
Er is een voorval dat zich afspeelt in juni of juli 1944, enkele weken dus voor het verraad. Kleiman werkt voor Otto, maar ook voor een ander bedrijf, daar werkt ook de heer P.J. Genot. Die weet dat Kleiman voor Otto werkt en vraagt hem of er inderdaad Joden verborgen zitten aan de Prinsengracht 263. Kleiman vraagt hem waar hij die informatie vandaan heeft, dat blijkt van zijn vrouw te zijn, Anna Genot-Van Wijk die het weer heeft van haar vriendin (of huishoudster, dat is niet 100% zeker) Lena Hartog.
Lena is getrouwd met Lammert, de assistent van Willem van Maaren. Het echtpaar Lena en Lammert is dus zelf verdacht, maar praten ook met anderen over de Joden die ondergedoken zitten in het achterhuis.

Anna Genot zei tegen Lena Hartog dat ze voorzichtig moest zijn met het rondbazuinen van dergelijke praatjes. Na de oorlog bleek dat de heer Genot Van Maaren kende, maar daarvan zei hij dat hij het maar een vreemd mannetje vond. Het echtpaar Genot bevestigde het verhaal dat Lena met de informatie over de onderduikers was gekomen en onderschreven dat Silberbauer precies wist waar hij moest zijn, iets wat Kleiman ook al had verklaard.

Lammert Hartog is een verdachte, net als zijn vrouw, hierboven schreef ik daar al over. Na de oorlog verklaarde Lammert tegenover rechercheurs dat Van Maaren hem twee weken voor de inval vertelde dat er onderduikers in het achterhuis zaten. Omdat enkele weken voor de inval ook de dames Hartog en Genot hier over spraken lijkt het moment dat het nieuws dat er onderduikers aan de Prinsengracht 263 zitten rond 15 juli 1944 als een lopend vuurtje te gaan.

20. De nieuwe eigenaar van het huis
De onderduikers zaten in het achterhuis toen het gehele pand overging in andere handen (namelijk Maurits Alexander Wessels.) In de 2013 versie van de biografie van Anne door Mûller voert zij ook deze man op als mogelijke verrader. In mijn optiek is dit niet mogelijk. Hij kwam vluchtig het pand inspecteren en nam genoegen met de mededeling dat de sleutel van het achterhuis zoek was.
Of hij laten maar even terug wilde komen, hij ging en kwam nooit meer terug. Pas veel later vond het verraad plaats.

21. Gevolgd door een Duitser of NSB-er
Er is bekend dat helpers gevolgd werden, als de Duitsers ernstige verdenkingen tegen iemand hadden werden zij gevolgd. Van Bep Voskuijl is bekend dat ook zij een keer werd gevolgd, dat door had en vervolgens een andere weg nam.
Het is niet ondenkbaar dat op deze manier de Duitsers achter de verstopplaats zijn gekomen en dat het verhaal van het belletje door een vrouw verzonnen is.

22. Nellie Voskuijl
Hendrika Petronella (Nellie) Voskuijl was de vier jaar jongere zus van Bep die samen met haar vader Johan de onderduikers hielp. Nellie heulde met de NSB en de SD en had affaires met nazi's, zij overleed in 2001, bijna twintig jaar na haar zus Bep. Zowel Bep als Nellie hebben nooit iets gezegd over het verraad, wel had Bep jarenlang contact met Otto Frank.
In een in 2015 verschenen boek van Jeroen De Bruyn en Joop van Wijk, de jongste zoon van Bep Voskuijl, staan aanwijzingen dat Nellie mogelijk betrokken was bij het verraad. Tot bewijsvoering komt het niet, temeer het niet vast staat dat Nellie op de hoogte was van de onderduikers. Aan de opmerking "gaan jullie maar naar jullie Joden toe", wordt teveel gewicht gehangen, alsof bedoeld werd dat Bep weer naar de onderduikers ging. Zij ging naar haar werk, immers, ze werkte voor de Jood Otto Frank als administratief medewerkster.

Waarom ik Nellie niet verdenk is omdat zij haar zuster en vader in gevaar zou hebben gebracht als zij de beller was geweest, immers, haar zus en vader hielpen onderduikers en daar stond een zware straf op. Daarnaast was de familie Voskuijl niet Joods, terwijl Otto zich ooit liet ontvallen dat de verrader uit Joodse kringen kwam. Otto had vader Johan, die Christen was, aan werk geholpen waardoor het gezin tijdens de oorlog het hoofd boven water kon houden.

Toen Johan Voskuijl op 27 november 1945 overleed was Otto aanwezig bij de begrafenis waar ook Bep en Nellie waren, het is niet aannemelijk dat Otto daarheen zou gaan als de verrader daar ook aanwezig was. Otto wist toen net dat zijn kinderen dood waren.
Ik heb Joop van Wijk tweemaal ontmoet, maar ben nooit een diepgaand gesprek met hem aangegaan, ik wist dat hij een boek wilde schrijven, ik had niet de behoefde mijn theorie met hem te delen, die overigens een totaal andere is. Aan het eind van het boek zeggen de schrijvers dat er geen enkel bewijs is dat Nellie de verrader is. Terecht.

23. Nieuwe (tot op heden onbekende) verdachte
Iemand die nooit genoemd wordt is een vrouw die zeer nadrukkelijk in beeld was bij de familie Frank, maar waar nooit over gesproken werd, ook na de oorlog niet. De zoektocht van Otto Frank naar wie hem, zijn familie en de vier andere onderduikers had verraden stopte van de ene op de andere dag. Het waarom is nooit boven water gekomen. Mijn theorie is dat het een, voor de familie Frank, bekend persoon was.

24. Arnold van den Bergh
Hij werkte als jurist (staatsrechtgeleerde) en notaris voor de Joodse Raad. Hij ging over ouderenzorg, huisvesting en financiën. Ik heb geen enkele logische verklaring gevonden waarom hij de verrader zou zijn. Arnold kreeg na de oorlog een nieuwe functie binnen de Joodse gemeenschap. Hij overleed op 28 oktober 1950 in Londen.
Zijn betrokkenheid kwam voort uit een anonieme brief die Otto Frank in 1945 zou hebben ontvangen waarin te lezen viel dat de schuilplaats van de familie Frank aan de Duitsers zou zijn medegedeeld door A. van den Bergh, de notaris van de Joodse Raad. Otto had de brief aan de AFS gegeven, toen er onderzoek naar gedaan in 1964 bleek de brief niet (meer) aanwezig.
Van den Bergh zat in onderduik toen Otto Frank en de zeven andere onderduikers werden verraden.

Het verhaal rond de brief kwam van Gringhuis, een van de NSB'ers die bij de inval in augustus 1944 aanwezig was. Door Otto is het bestaan van de brief nimmer ontkent of bevestigd. Van den Bergh kwam uit een onderzoek als integer, op zich is dit ietwat verwonderlijk aangezien hij bekend stond als de 'man van de statistieken', hij hield bij wie wie was in de Joodse gemeenschap.
Maar goed, als er geen andere verdenkingen zijn dan deze moet ook ik toegeven dat de bewijslast totaal ontbreekt en het hier slechts gaat om een flinterdunne aanwijzing.
Ten tijde van het verraad zat Van den Bergh ondergedoken in Laren, dan verroer je je niet en ga je zeker geen lijsten (die volgens mij niet eens meer bestonden, de Joodse Raad was ook al lang opgeheven) overhandigen aan de Duitsers terwijl je zelf gezocht wordt.
Overigens is de brief vrijwel zeker niet van 1945, maar eerder van 1957. Die eerdere datum is gebaseerd op een verslag van een rechercheur die in 1963 onderzoek deed. Arnold van den Bergh ligt begraven op de Joodse begraafplaats te Muiderberg.


25. J. Mater
Hij woonde naast het onderduikadres aan de Prinsengracht en was lid van de NSB.
Ik heb geen enkele logische verklaring gevonden waarom hij de verrader zou zijn.

26. Cornelis den Boef
Politie-agent die eveneens betrokken was bij de inval.
Ik heb geen enkele logische verklaring gevonden waarom hij de verrader zou zijn.

27. Willem Grootendorst
Willem kwam uit een streng gelovig gezin en was rond de 45 toen Anne Frank werd opgepakt. Hij heeft lang voor de Amsterdamse politie gewerkt en was lid van de NSB. Hij en Gringhuis waren vaak samen aanwezig bij acties. Op 8 april 1944 werd er ingebroken in het huis waar de acht onderduikers zaten, diezelfde dag was er een inval op de Prinsengracht 825, een flink stuk verderop dus. Naar verluidt zaten daar Joden die verraden waren door Ans van Dijk.
Tijdens de inval in augustus 1944, waar Silberbauer zich liet vergezellen door Kuiper en Gringhuis, was Grootendorst eveneens aanwezig.

28. Louis Wiener
Dit is zo'n naam waarbij je gelijk denkt 'die kan het haast niet zijn geweest', toch noemt David Barnouw hem als een van de verdachten, al even snel zegt ook Barnouw dat Louis de verrader niet kan zijn. Aan de overlijdensdatum (25 januari 1943) zie je dat eigenlijk direct, immers, het verraad vond pas anderhalf jaar later plaats.
Louis zou volgens een anoniem telefoontje aan het NIOD de verrader zijn, het hoe en waarom werd mij niet duidelijk. De enige bijzonderheid is dat het bedrijf Maison de Paris tot en met 1939 gevestigd was in het pand aan de Prinsengracht 263 waar later Anne Frank zou onderduiken en waar nu dus het Anne Frankhuis is gevestigd.
Louis Wiener was Joods en werd op 3 februari 1879 geboren op de Oude Waal 12 te Amsterdam, hij overleed op 25 januari 1943 op 63-jarige leeftijd in Auschwitz, daarvoor zat hij in 'Het Apeldoornsche Bosch', een Joodse, psychiatrische inrichting (1909) aan de Zutphensestraat te Apeldoorn.
In de nacht van 21 op 22 januari 1943 werden alle 1.300 patiënten en personeel van de inrichting op last van SS-commandant Ferdinand aus der Fünten gedeporteerd naar Auschwitz en vermoord, slechts een enkeling overleefde het kamp.

"Joden hebben ons verraden"

Deze zin liet Otto Frank in 1948 optekenen door de hoofdredacteur van Het Parool. Het zou een belangrijk gegeven worden in de zoektocht naar de verraders.

Noot: de tweede vrouw van Otto (Elfriede) moet geweten hebben wie de verrader was, kennelijk uit respect voor haar man en de nabestaanden heeft ook zij de naam nooit onthuld. Wellicht ook omdat dat gevoelig zou liggen ten opzichte van Otto. Elfriede vertelde in 1998 (het jaar dat zij stierf) dat Otto tegen haar gezegd had dat het om een vrouw ging die het desastreuse telefoontje naar de SD had gepleegd.
Uit een eerder huwelijk heeft Elfriede een dochter, Eva, zij woont in Engeland.

Aantal onderduikers
Dat het aantal bekend was bij de Duitsers wordt wel eens beweerd, ik denk dat de Duitsers dan gelijk wel een vrachtwagen hadden gestuurd. Ze wisten dus twee dingen niet zeker: 1. of de onderduikers er wel zaten en 2. hoeveel het er waren.
Immers, er moest gebeld worden voor een vrachtwagen die groot genoeg was om alle onderduikers mee te nemen, de auto waarmee de Duitsers kwamen bleek niet toereikend. De grotere auto liet meer dan een uur op zich wachten.
Uit deze omstandigheid leid ik af dat de verrader niet in de buurt was, er ook niet vaak kwam en niet wist hoeveel mensen er zaten. Hierdoor vallen een aantal mensen af.

Vrouwenstem
Het verhaal dat een vrouw naar de SD gebeld zou hebben is afkomstig van Otto Frank die hier enkele jaren na de oorlog achter zou zijn gekomen.
Een vriend (Cor Suijk) en de tweede vrouw van Otto Frank zouden tegenover meerdere mensen, waaronder de directeur van de Anne Frank Stichting, verklaard hebben dat Otto ervan overtuigd was dat een vrouw hen verraden had.
Ook Karl Silberberg bevestigde in 1963 tegenover Cor Suijk desgevraagd dat er sprake was van een vrouw die gebeld had, maar Karl merkte ook op dat het zeer waarschijnlijk een 'jonge' vrouw was.

In combinatie met "Joden hebben ons verraden" kun je conclusies trekken.

De vier verdachten waarnaar de meeste aandacht is uitgegaan
Reeds voor de inval was Wim van Maaren verdacht, hij zou contacten hebben met de SD en kleine diefstallen hebben gepleegd. Zelfs Anne schrijft over hem als zijnde 'een onbetrouwbaar type". De Opsporings Dienst (POD) doet na de oorlog onderzoek naar hem.
In 1998 schreef Melissa Müller een biografie over Anne Frank en wees Lena Hartog-van Bladeren aan als verraadster van de onderduikers.
Carol Ann Lee schreef een biografie over Otto Frank en kwam tot de conclusie dat Tonny Ahlers de schuldige was. Het vreemde aan deze versie is dat Otto Frank jarenlang gezegd heeft dat een vrouwenstem Biografie over Anne van Carol Ann Lee gebeld had met de SD. De visie van Lee kan dus niet gestoeld zijn op uitspraken van Otto Frank terwijl haar boek wel over hem ging.
Van recentere datum is een boek van Sietze van der Zee die Ans van Dijk als zekere schuldige aanwijst. Hij zou zich wel baseren op uitspraken van Frank, maar tot een sluitend bewijs komt ook hij niet.

Degene die zichzelf beschuldigde
Ahlers wees de vinger naar zichzelf, zijn broer en zoon hebben altijd volgehouden te geloven in de schuld van hun vader/broer. De vrouw van Ahlers heeft echter altijd ontkent en gezwegen. Kan zij de belster zijn geweest?

Degene die direct beschuldigd werd
Een van de helpers van de onderduikers was Victor Kugler die persoonlijk aan Miep Gies had verteld dat hij er zeker van was dat Van Maaren de verrader was geweest. Na de oorlog werd er uitgebreid onderzoek gedaan naar Van Maaren, op aandringen van diverse mensen, waaronder Otto Frank.

De sterkste aanwijzingen
Als je uitgaat van een vrouw als verraadster blijven Lena, Bep, een mij bekende vrouw waarvan ik de naam niet in dit publieke deel kan noemen, Miep, de vrouw van Ahlers en Ans over. Ans geloof ik niet, haar belang is totaal niet duidelijk. Miep wist dat er op dat moment acht onderduikers waren, de Duitsers niet, Miep valt dus ook zeker af.
De vrouw van Ahlers heeft altijd ontkent en haar eigen man nam keer op keer de schuld op zich terwijl er geen bewijs was. Bep drukte haar snor, zij zou het gedaan kunnen hebben temeer zij snel weg kwam maar Otto heeft haar na de oorlog nog vele malen bezocht.

Meest aannemelijk
Als je alle feiten en omstandigheden op een rijtje zet resteren er drie aannemelijke versies. Die van nachtwaker Martin Sleegers die op de avond dat er een inbraak zou zijn geweest volgens Anne aan de boekenkast heeft staan rommelen. Daar was op zich geen enkele reden toe omdat er alleen ordners in stonden die dus voor een eventuele inbreker geen enkele waarde hadden.
Bovendien kon Sleegers niet op het oog vaststellen of er iets miste omdat hij totaal geen kennis had van wat er in de kast gestaan zou moeten hebben.
Lena was schoonmaakster dus die kwam na kantoortijd in het huis, haar man werkte er en die wist dat er onderduikers waren. Lena moet hen ook gehoord hebben. En tenslotte, de onbekende vrouw.

Opmerkelijk over Otto Frank
Tijdens de inval schreeuwde Silberbauer naar Miep Gies en de anderen. De onderduikers moesten hun geld en sieraden inleveren, Silberbauer deed die in een tas van Anne waar haar dagboeken in zaten, die gooide hij op de grond en schopte ze in een hoek. Toen Silberbauer van Frank hoorde dat Otto tijdens de Eerste Wereldoorlog (reserve) dienst had gedaan in het Duitse leger sprak Silberbauer met meer respect jegens Frank en was hij tegen iedereen iets vriendelijker.

Later zou Frank zeggen dat Silberbauer uiterst correct was geweest, iets wat Miep Gies en anderen echter niet onderschreven, maar mede hierdoor ontliep Silberbauer een hoge straf. Vreemd, want het was toch Silberbauer die Frank, zijn vrouw en kinderen en de andere vier onderduikers arresteerde en liet afvoeren. Indirect is Silberbauer dus verantwoordelijk voor de dood van zeven van de acht onderduikers.

Otto Frank overleefde Auschwitz, hij was wellicht lang goed in staat om te werken of hij had een beschermengel. We zullen het nooit weten. Een rol kan hebben gespeeld dat Otto Duitse dienst had gedaan in de Eerste Wereldoorlog.

Op 18 juli 1945 kreeg Otto Frank van Jannie en Lientje Brilleslijper te horen dat zijn beide dochters begin maart 1945 waren overleden. Er is lang beweerd dat Anne in de armen van Lientje stierf, maar haar zuster Jannie onderschreef dat niet. Wel is zeker dat met name Jannie veel Joden hielp in Bergen-Belsen, waaronder de zusjes Frank.
Zij vonden de lijken van onder andere Anne en Margot achter de barak waarin zij aan ziektes waren overleden. De lichamen zouden in een massagraf zijn geworpen. Volgens andere bronnen is Margot niet tegelijkertijd met Anne overleden en niemand heeft ooit aan kunnen geven in welk graf ze terecht zijn gekomen.

Miep Gies verklaarde overigens dat Otto een brief van het Rode Kruis had gekregen waar de dood van zijn dochters in kenbaar werd gemaakt. Op 1 augustus 1945 plaatste Otto nog een advertentie in de krant waar zijn dochters konden zijn, de versie van de zusjes Brilleslijper komt hierdoor in een vreemd daglicht te staan.

Mening De Dokwerker
Lena was tot september 2012 voor mij de meest waarschijnlijke dader omdat zij heeft geweten dat er onderduikers waren, zij en haar man logen na de oorlog bij herhaling over hun aanwezigheid en haar man heeft nooit een verklaring kunnen geven voor het feit dat hij zijn jas al aan had toen de Duitsers binnenvielen en waarom hij als enige man de deur uit kon lopen en nooit meer bij zijn werk is verschenen.
Lena was bekend bij de SD en kon dus als betrouwbaar worden bestempeld, de SD wist ook dat zij en haar man aan de Prinsengracht werkten. Lena was zeer bezorgd over haar zoon Klaas die in Duitse dienst was getreden, aanvankelijk werd hij opgeroepen, maar al snel solliciteerde hij vrijwillig naar een hogere functie. In 1948 werd officieel bekend gemaakt dat hun zoon reeds tijdens de oorlog het leven had gelaten.

Otto Frank zei na de oorlog dat ze verraden waren door Joden. Meer dan één dus. Als hij Ans van Dijk bedoeld had zou hij waarschijnlijk 'Jood', 'Joodse' of 'Jodin' hebben gezegd, hoewel Ans dus samenwerkte met haar vriendin Branca.
Als Lena de verraadster was en zij dus contacten had met de SD, heeft Silberbauer haar gekend en kan hij Otto Frank onder druk hebben gezet om toch vooral een positiever beeld over hem te schetsen dan Miep Gies deed. Het blijft een raadsel waarom Miep een ander beeld geeft van het uur waarin de acht onderduikers met Silberbauer stonden te wachten op een wagen om hen af te voeren.

Ook blijft het curieus waarom Silberbauer een milde straf kreeg door de ontlastende verklaring van Otto Frank. Miep zou, in tegenstelling tot wat Silberbauer altijd heeft volgehouden, hem hebben bezocht om de familie Frank vrij te krijgen. Silberbauer moet iets belastends over Otto Frank hebben gehad omdat Frank Silberbauer vrijpleitte, Otto Frank weigerde ieder verzoek van het Simon Wiesenthal Center om mee te werken aan het opsporen van de verraders.

NIOD

Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie doet onderzoek naar de omstandigheden en gevolgen in alle oorlogen, maar is uiteraard ook goed ingevoerd in de Tweede Wereldoorlog omdat dat ons Nederlanders het diepst getroffen heeft.
Ook Anne Frank, het symbool voor de verschrikkingen van de holocaust, is voer voor onderzoek want met name de vraag 'wie verraadde de onderduikers' houdt nog altijd velen bezig.

Het NIOD publiceerde op 25 april 2003 een rapport over de meest aannemelijke daders. Het bevreemd mij dat niet iedereen de revue passeert die mogelijk in aanmerking kwam, maar ongetwijfeld is het NIOD op een bepaald moment tot de conclusie gekomen dat alleen een van deze drie de dader kan zijn, vooropgesteld zij dat ook het NIOD geen sluitend bewijs heeft kunnen vinden.

Dat Martin Sleegers (de nachtwaker) amper wordt genoemd als verrader komt omdat die nergens benoemd wordt. Er zijn echter wel rapporten gevonden van de politieman die Sleegers begeleid zou hebben op de avond dat er ingebroken werd aan de Prinsengracht.
De dienstdoende agent was een andere dan waarover gesproken werd. Als je je fantasie de vrije loop laat is het mogelijk dat Sleegers met een bevriende agent naar binnen is geweest. Dit wordt ondersteunt NIOD (let wel, niet feitelijk bewezen) door een vermelding van de naam Sleegers in een boekje van een van de agenten die vier maanden later bij het binnenvallen van het achterhuis aanwezig was.

Volgens de dagrapporten van het politiebureau had de dienstdoende agent een andere naam (Cornelis den Boef.) Dat sluit volgens mij nog altijd niet uit dat Sleegers met een andere agent (de agent die dus later ook daadwerkelijk de familie Frank uit huis haalde) op eigen initiatief op onderzoek uit is geweest. Wat niet onderzocht lijkt is wat die agent de bewuste avond van de zogenaamde inbraak heeft gedaan, had hij een alibi?

Opmerkelijk over de inbraak
In het dagboek van Anne staat te lezen wat er de avond van de inbraak is gebeurd, ik vermeld het puntsgewijs.
  1. Er klinkt een klap | Dat is zeer waarschijnlijk het toegang verschaffen tot het pand
  2. De onderduikers gaan er op af | Vier onderduikers besluiten naar beneden te gaan en de inbrekers te verjagen
  3. De inbrekers vluchten via de tuin | Aan de achterzijde weten de inbrekers via de achtertuinen te ontkomen
  4. Een echtpaar ziet de gebroken ruit | Zij wonen in de buurt en helpen de onderduikers regelmatig
  5. De nachtwaker ziet dat er is ingebroken | Hij constateert tijdens zijn ronde dat er een deur geforceerd is
  6. Sleegers keert terug | Nadat de nachtwaker een vriend heeft gebeld neemt hij poolshoogte
  7. Sleegers en een vriend inspecteren het pand | Ze gaan tot aan de boekenkast en rommelen er aan
De inbrekers weten via de gesloten achtertuinen te ontkomen, zij moeten dus via een ander huis weg zijn gekomen of kwamen wellicht uit een van de panden uit de buurt.
Sleegers belt de politie niet zoals zou moeten, maar een vriend die wel agent is, maar geen dienst heeft. Ze rommelen aan de boekenkast die toegang geeft tot het achterhuis.

Sleegers is nooit verhoord, noch aangemerkt als verrader terwijl Anne in haar dagboek al stelt dat ze hem niet vertrouwt. De vrouw van Sleegers is al helemaal nooit in beeld geweest. Later zou in een agenda van Sleegers de naam van een van de agenten worden aangetroffen die aanwezig was bij het oppakken van de onderduikers.
Volgens velen was het ook deze agent die de avond van de inbraak met Sleegers het huis betrad: Gezinus Gringhuis, die sinds 1943 opdracht had Joden op te pakken. Hij zit dertien jaar in de gevangenis en overlijd op 80-jarige leeftijd op 5 november 1975 te Winschoten.

Volgens de politierapporten is het echter Den Boef die de bewuste avond dienst had en met Sleegers het huis na de inbraak had betreden en niet Gringhuis. Deze laatste was wél aanwezig bij de inval op 4 augustus 1944.

NIOD rapport
De inhoudsopgave van het rapport "Wie verraadde Anne Frank?" (download link onderaan deze pagina) is op zich al indrukwekkend:
1. Inleiding
2. Jodenvervolging
     Onderduik
     Vervolgingsapparaat
3. Onderduik en arrestatie aan de Prinsengracht 263
4. Leveranties aan de Wehrmacht
5. Drie verdachten
     Van Maaren
     Hartog-van Bladeren
     Ahlers
6. Zijn de verdachten schuldig?
     Van Maaren
     Hartog-van Bladeren
     Ahlers
          1. Contacten van Ahlers met Otto Frank
          2. Chantage in en na oorlogstijd
          3. Verraad door Ahlers van Prinsengracht 263?
7. Andere verraders?
8. Conclusie
      Noten
      Bronnen, literatuur en afkortingen


Opmerkelijke delen uit het rapport, betrek hierbij mijn opsomming van mogelijke verdachten.
Over Tonny Ahlers
Tonny Ahlers heeft tegenover niemand ooit met een woord gerept over zijn - veronderstelde - chantage van Otto Frank, daarentegen pochte hij wel - althans binnen familiekring - over zijn betrokkenheid bij de arrestatie van de onderduikers aan Prinsengracht 263.

Wij zien Tonny Ahlers als een kleine crimineel, die zich met tal van louche zaakjes bezighield, vóór, tijdens en na de oorlog en die bij de SD in het gevlei probeerde te komen.

Uit alles blijkt dat hij (Ahlers) weliswaar niet altijd aan de juiste kant van de wet leefde, maar dat hij vooral opviel door zijn opschepperij en onbetrouwbaarheid.
Inderdaad, hij heeft voor de SD gewerkt, maar hij is na de oorlog niet veroordeeld voor verraad of wat dan ook.

Wat komt er nog boven? Wat verwacht het NIOD?
"Er zijn in theorie mogelijkheden om grootschaliger onderzoek te doen dan wij gedaan hebben, maar dat zou ons inziens niet tot een beter resultaat leiden."
Dit zegt veel, maar niet alles. Nader onderzoek kan altijd leiden tot andere inzichten.

Het NIOD rapport sluit af met:
"Niet uitgesloten is dan ook dat in de toekomst nieuwe verraadhypothesen naar voren komen. Of deze hypothesen op bronnen zullen zijn gefundeerd, zal moeten worden afgewacht."
Er zijn nog veel documenten niet gelezen, of niet op juiste waarde geschat. Bijvoorbeeld de dagrapporten van het politie-bureau. Stel dat het rapport is opgesteld de dag nadat de vermeende inbraak heeft plaatsgevonden? Dus niet gedateerd 9 april maar maandag 10 april, omdat de inbraak mogelijk na twaalf uur heeft plaatsgevonden. Was de dienstdoende agent inderdaad een andere op die zondag? Je zou kunnen veronderstellen dat een agent die op zondag dienst heeft niet ook op maandag werkt.
En die agent die de nachtwaker begeleid zou hebben, werkte die dan wellicht wel die maandag of juist omgekeerd? Kortom: wat dit betreft is er nog te weinig uitgezocht.

Ook bij de Anne Frank Stichting kunnen er nog aanwijzingen liggen die los van elkaar irrelevant lijken, maar wellicht interessant worden als ze aan elkaar worden geknoopt. Is er bijvoorbeeld een werkrooster? Waarom verscheen de man van Lena de dag na de ontdekking van het achterhuis niet meer op zijn werk? Immers, het bedrijf was nog volop in bedrijf en niet gesloten door de Duitsers?

Het NIOD stelt:
Het is jammer dat twee instanties die relevante archiefstukken beheren, de Anne Frank Stichting in Amsterdam en het Anne Frank Fonds in Bazel, niet over archiefinventarissen beschikken. Dat betekent dat wij niet weten welke archiefstukken er zijn of waren en dat de mogelijkheid bestaat dat nu nog onbekend materiaal op een later tijdstip opduikt.

Wordt vast nog wel eens vervolgd.
Lees ook deze relevante pagina over KOPGELD.

Anne op 11 april 1944 over de inbraak op zondagavond 9 april: "In die nacht wist ik eigenlijk dat ik sterven moest, ik wachtte op de politie, ik was bereid, bereid zoals de soldaten op het slagveld. Ik wou me graag opofferen voor het vaderland, maar nu, nu ik weer gered ben, nu is mijn eerste wens na de oorlog, maak me Nederlander!
Ik houd van de Nederlanders, ik houd van ons land, ik houd van de taal en wil hier werken. En als ik aan de Koningin zelf moet schrijven, ik zal niet wijken voor mijn doel bereikt is!"

Geciteerd uit: Het Achterhuis. dagboekbrieven 12 juni 1942 - 1 augustus 1944 - Anne Frank (Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 2008)

Rapport NIOD
Via onderstaande link kun je bij mij het rapport "Wie verraadde Anne Frank?" door David Barnouw en Gerrold van der Stroom voor het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie downloaden. Het was vrij te downloaden van Google dus ook vrij door te verspreiden.
Achterhuis Anne Frank Let wel, er zit copyright op dus je mag er niet zomaar stukken uithalen en zonder bronvermelding gebruiken.
NIOD RAPPORT OVER HET VERRAAD VAN ANNE FRANK

Het achterhuis
Wil je zonder een bezoekje aan het Anne Frankhuis toch eens weten hoe het voor- en achterhuis eruit ziet dan moet je zeker even een bezoekje brengen aan de site van de Anne Frank Stichting.
Klik hiervoor op de foto hiernaast.

Dagboek van Margot
Anne Frank schreef niet één, maar meerdere dagboeken en ook brieven, tesamen vormden ze later 'Het dagboek van Anne Frank'. Maar op 16 oktober 1942 schrijft Anne in haar dagboek:
Gisteravond lagen Margot en ik samen in mijn bed, het was onnoemelijk klein, maar juist grappig. Ze vroeg of ze eens mijn dagboek mocht lezen. Ik zei: 'Sommige stukken wel', en toen vroeg ik naar het hare, dat mocht ik dan ook lezen.

Het dagboek van Margot is nooit teruggevonden, waarschijnlijk kon zij, in tegenstellng tot Anne, het hare wel meenemen. Silberbauer had de dagboeken van Anne uit een tas gegooid om daar geld en andere waardevolle spullen van de acht onderduikers in te doen. Margot zal toen haar dagboek al in een andere tas hebben gedaan.




Je kunt per mail contact opnemen.
Email De Dokwerker (Ben Verzet)


Of bel: 06 - 2520 6541
geen whatsapp, ik bel niet terug,
dus alleen als ik kan opnemen heb je me aan de lijn